Hoe NASCAR-veiligheid werkt

9

Hoe #NASCAR-veiligheidstechnologie het leven van bestuurders redt bij 320 km/uur

Het besturen van een NASCAR-raceauto lijkt meer op het besturen van een raket dan op een raceauto. Je zit vastgebonden in een beest van 3400 kilo dat ongeveer evenveel weegt als een kleine SUV, maar 750 pk onder de motorkap heeft. De engineering die nodig is om deze machines te bouwen is nauwgezet. Tientallen ontwerpers, ingenieurs en monteurs besteden honderden uren aan het perfectioneren van elke bout voordat de auto het asfalt raakt.

Als je die voertuigen op de baan ziet, is de auto een waas. Hij scheurt rond ovale circuits met meer dan 200 mijl per uur. De zinloze bochten van zware machines zijn een bewijs van de vaardigheden van de bestuurder. Maar de glamour vervaagt snel als er iets misgaat.

Achter het stuur kruipen is de droom van velen. Het is ook een nachtmerrie. Stel je voor dat je met een snelheid van 300 km per uur uit de hand loopt op een supersnelweg met hoge hellingen. Je loopt recht op een betonnen keermuur af. De tragische dood van zevenvoudig kampioen Dale Earnhardt tijdens de Daytona 500-race van 2001 verwijderde alle romantische illusies uit de sport. Het dwingt iedereen om de harde en dodelijke realiteit van professionele sporten onder ogen te zien.

De natuurkunde van overleven

Waarom lopen automobilisten weg bij deze ongevallen? De wiskunde is angstaanjagend. Een gewone tram met airbags en veiligheidsgordels beschermt je tegen een betonnen barrière met 57 km/uur. Dat is een beheersbare impact voor moderne veiligheidssystemen.

Bij 300 km/uur is de betrokken energie niet alleen het dubbele. Het is ruim 25 keer groter.

Om de auto tot stilstand te brengen, moet alle kinetische energie onmiddellijk worden geabsorbeerd. Als de auto de energieoverdracht niet goed aankan, loopt de bestuurder niet weg. Dit is een geweldige technische uitdaging. Toch kunnen NASCAR-voertuigen dit meestal verrassend goed aan.

“Bij 300 km/uur is de energie tussen de auto en de bestuurder ruim 25 keer groter dan bij een ongeval langs de weg.”

Techniek tegen entropie

De veiligheidsvoorzieningen die in deze auto’s zijn ingebouwd, worden niet zomaar achteraf toegevoegd. Ze zijn het resultaat van decennia van tragedies en innovaties. Het doel is eenvoudig. Het gaat om het voorkomen van racegerelateerde sterfgevallen, terwijl coureurs hun lichaam tot het uiterste kunnen drijven.

Deze structuren zijn ontworpen om op bepaalde manieren te worden vernietigd. Ze geleiden energie weg van de cockpit. Veiligheidsgordels houden de bestuurder op zijn plaats. De rolkooien zorgen ervoor dat de cabine niet instort. Het is een delicate dans tussen starheid en flexibiliteit.

We leren hoe NASCAR-veiligheidstechnologie werkt door te observeren wat er gebeurt als het onvermijdelijke gebeurt. De auto’s kunnen tegen een stootje, dus de mens binnenin hoeft dat niet te doen. De race tegen entropie eindigt echter nooit. Er worden momenteel nieuwe apparaten ontwikkeld. De nummers veranderen voortdurend. Risico’s evolueren voortdurend.

De vraag blijft: hoe snel is te snel?

попередня статтяSnowboardgeschiedenis: van skiërs tot Olympische fitness
наступна статтяOliverSacks: De neuroloog die de manier waarop we over handicaps denken herschreef